|
Deel IV 22 juni 2000 - Mijn hut in UWEC Zoo te Entebbe, Uganda Man oh man wat heb ik gisteren genoten van het voetbal. Samen met een flinke kluit chrysanten- en rozenkwekers (zeg maar voor Nederland, door Nederland), wat mensen van ontwikkelingsorganisaties en de ambassade en nog een flinke groep ex-pats van allerlei nationaliteit (ook een enkele fransman) heb ik in Kampala in een kroeg waar voetbal centraal staat, de naam 'Just Kicking' zegt genoeg, op een groot scherm naar NL-FRA gekeken. Omdat ik de komende anderhalve week hier aan de website voor Ngamba Island zal werken zal ik in de gelegenheid zijn om tot en met de finale alles te volgen.. laten we hopen dat het feest zolang duurt. Ik besef me nu dat de laatste keer dat ik heb zitten schrijven ruim anderhalve week geleden was, in Sippie Falls. De dag daarop was het mijn bedoeling om weer richting Kampala te gaan en gelukkig had ik weer raak met mijn 'lul maar tegen iedereen' methodiek om aan een lift te komen. De twee Israelische jongens die net 4 jaar diensttijd achter de hebben en in Kenia een Zuidafrikaanse Land Rover (met een buffelschedel op de motorkap) van een Canadees hebben gekocht bieden me een lift aan naar Jinja, wat me goed op weg helpt. Omdat de jongens in de Land Rover wonen en er dus maar twee zitplaatsen zijn mag ik mijn lichaampje op het grote matras achterin parkeren. Hoewel de weg een van de slechtste is wissel ik wat lezen af met een rustgevend dutje, dit is comfortabeler dan Business Class KLM. Om een gesprek te voeren is het iets te lawaaierig dus het herbreeuwse gebrabbel op de voorbank draagt bij aan de rustgevendheid. Uitgeslapen kom ik in Jinja aan, alwaar Elad en Mike gaan informeren of ze kunnen raften de volgende dag. Als ik hoor dat er geen enkele boot gaat en er een minimum van drie man per boot is bedenk ik me geen seconde. De kans om de gehele Nijl voor jezelf te hebben is te verleidelijk, bovendien als de jongens morgen kunnen gaan ze de dag daarop door naar Kampala wat mij op tijd terug brengt. De camp site van de Nile River
Explorers ligt ontzettend mooi gelegen aan het wild stromende water en
met het tentje wat de jongens me lenen kies ik een mooi stekkie uit met
een prachtig uitzicht over de grote bocht. Mike is bereid vanavond voor
drie man te koken en met wat hulp van Elad en mijzelf staat het geheel
al snel te sudderen. In de avond pak ik nog even een biertje met de bemanning van de rafts en kayaks. Het is met name Zuidafrikaanse inbreng en het is toch wel erg aardig om even in het Nederlands en Afrikaans wat woorden te wisselen. Ik ging er eigenlijk een beetje van uit dat het Engels langzamerhand het Afrikaans aan het verdringen was, maar dat schijnt dus absoluut niet zo te zijn. De sterren staan al hoog aan de hemel als het hele setje ladderzat langzaam afdruipt.. Deze jongens moeten zich morgen over mijn veiligheid bekommeren. Ik spreek uit ervaring als ik zeg dat hun beschonken toestand mij moed inspreekt, dat komt wel goed morgen. Met toch nog een aardige kater hoor ik de veiligheidsinstructies aan. De trip kent een drietal rapid 5's (het grootst neembaar met een raft) en flink wat 4-ren, drietjes en twee's. De rapid 6 die er een paar keer in zit dienen we te mijden, maar daar zorgt onze stuurman wel voor. Naast Mike en Elad gaat ook Alex mee, in principe een veiligheidskayaker maar om twee peddels aan beide kanten te hebben gaat ie vandaag mee in de raft. De omgeving is werkelijk prachtig. Zeer veel vogels en allerlei kleine groene eilandjes zijn het werkterrein van meerdere vissers in hun uitgeholde boomstammen. De stuurman, rob, laat ons een grot zien waar in de tijd van Idi Amin de burgemeester van Jinja naartoe gevluchts is en maanden verborgen heeft gezeten, om uiteindelijk toch gevonden en vermoord te worden. Nog even hebben we het over het verleden van Uganda maar de voorbereiding voor de eerste rapid 5 haalt ons weer bij de les. Voor elke rapid nemen we uitgebreid door hoe je hem moet doorlopen, de verschillende commando's en wat te doen wanneer het ding omslaat of je er zelf uit vliegt. Als we vervolgens op ons eerste doel afgaan besef ik me dat dit even andere koek is dan ik destijds in Cairns mocht meemaken. Hele andere koek!! Met veel geweld vechten wij ons door de eerste rapids heen en terwijl de kolkende masse nog hoog boven ons uitrijkt blijkt al snel dat we de eerste rapid 5 zonder kleerscheuren door gaan komen. Beginnersgeluk zo blijkt, want het zal ook de laatste keer zijn dat het goed gaat. Tussen de bedrijven door is er de gelegenheid om je even lekker achterover te laten vallen en je te laten meeslepen in de stroming.. heerlijk verkoelend. Bij de volgende rapid5 staan we weer klaar. Deze keer gaat het goed mis, we kapseizen zowel zijdelings als over de totale lengte van de romp en ik ben al snel de raft kwijt. Wat boven of onder is kan ik de komende 10 seconden wel even vergeten. Ik wordt even flink door de wasmachine gehaald en dan merk je dat 10 seconden onderwater erg lang kan zijn. Vanzelf wordt je ergens weer boven water gespuwd om even snel adem te halen voor je weer onderwater mag voor de naspoeling. In kalmer water kijk ik snel om me heen en vind ik de boot op enige afstand, echter een kayaker vlak bij me in de buurt, wat geen toeval was. Deze jongens zien bijna alles gebeuren en weten je precies te vertellen hoe vaak en hoe lang je boven en onder bent geweest. Na bevestiging van alles O.K. komt de rush, de kick van het geweld en de spanning zit er goed in en met een grote glimlach zie ik uit naar de Bujigari Falls, een beruchte. Nog sneller dan bij de tweede liggen we bijna allemaal uit de boot. Mike heeft zowaar de bodem even mogen inspecteren, ten kostte van wat flinke krassen in zijn voet en rug. Het feit dat ie de bodem gezien heeft maakt een aardige indruk op de professionals..'dat gebeurt niet zomaar'. Bij Mike zit de schrik er een beetje in. We kloten nog even flink aan en worden dus nog regelmatig ten offer gelegd aan de Nijlgod. Bij de laatste 5, Silverback genaamd, nemen we eerst een kijkje vanaf de kant terwijl de kayakers er alvasst doorheen gaan. Het is inmiddels al flink wat uurtjes later en we hebben het nu redelijk onder de knie. Echter het uitzicht van onze laatste grote uitdaging vanaf de kant is redelijk schrikwekkend. Om de kayakers te zien is eigenlijk niet zo sensationeel, bij het eerste brekende water verdwijnen ze compleet in het watergeweld om pas aan het einde weer zichtbaar te worden. Het geeft echter wel een idee van wat je te wachten staat. Er moet flink hard gepeddeld worden om door de eerste golf heen te breken. De klap werpt de boot met de neus recht omhoog en we hangen onder een perfect 90 graden hoek. Als dan de golf de onderkant weer vastgrijpt is het gedaan en gaan we geheel over de kop. Achteraf wist Rob ons te vertellen dat we eigenlijk alles juist hadden gedaan en hij niet wist wat er nu eigenlijk fout ging. Mij maakt het geen donder uit, dit was minstens zo spectaculair als het WEL halen.
Als we het eiland benaderen besef ik me dat ik een goede keuze gemaakt heb. Alleen al voor het verbijf op het eiland zou ik dit gedaan hebben. Je kent ze wel.. 'The Blue Lagoon', 'Bounty Island', 'De Kameleon gaat naar de tropen', volgens mij zijn die allemaal hier gefilmd. (wat heet, de allereerste Tarzan film, zo een zwart/wit jongen is inderdaad in Entebbe opgenomen) Het eiland is in '98 gekocht door de organisatie waarvoor ik de website bouw, CSWCT, om een Chimpanzee 'santuary' op te zetten waar de chimps lekker hun gang kunnen gaan. Een sanctuary moet je vergelijken met Pieterburen. De chimps die hier terecht komen zijn gered uit klemmen of vallen en vaak gewond, of zijn geconfisceerd uit de handen van smokkelaars of circuslieden. Door meerdere redenen is het helaas niet mogelijk deze chimps weer in het wild terug te plaatsen en zijn ze afhankelijk van sanctuaries als deze. Hoewel het eiland voor 97% oerwoud is (3% t.b.v. bemanning en bezoekers) en de chimps kunnen leven op een manier zoals ze gewend zijn in het wild, is het oppervlak te klein om voldoende voedsel te genereren en worden ze dus extra gevoed, wat weer een goede gelegenheid creeert om ze van dichtbij te bewonderen. Veel van de chimps komen binnen als ze nog jong zijn en dan is het noodzaak ze apart te houden in verblijven tot ze oud genoeg zijn. Op het eiland werken een aantal vaste verzorgers en een aantal vrijwilligers die voor enkele maanden als babysitter en voeder komen werken. Met deze mensen breng ik mijn tijd door op erg relaxte manier. Naast de chimps voeren, jezelf voeren en wat slaapuren scoren worden de uren dat er geen bezoekers zijn gevuld met wat kaarten en dammen, wat volleyballen en kayaken, veel lezen en regelmatig om en rond het vertrek van de jonge chimps rondhangen om of gewoon te kijken of mee te doen in het betere ontvlooi en worstelwerk. En dit laatste is werkelijk te mooi voor woorden. De eerste keer dat ik het verblijf in ga om met de jonkies en 1 van de volwassenen te spelen wordt ik uitgebreid getest.. eerst de begroetingen. Gelukkig heb ik op de Koninginneweg genoeg avondlijke uren met Victor doorgebracht om de apentaal redelijk onder de knie te hebben. Afvragende "oeh,oeh,oeh's" beantwoord ik gelijkwijs en de nodige omhelzingen volgen snel. Met de ene kleine nog in je armen begint de andere te testen of je kleren van goede kwaliteit zijn en een derde heeft besloten dat 1m85 mens aardig als klimboom kan functioneren. Al snel probeer ik worstelend de spelend maar toch stevig bijtende chimpies de baas te blijven met streken die ik zelf als kind op Stef losliet en me hier goed van pas komen. Als ze dan besluiten wat te bedaren ga ik rustig op de grond zitten om Jiki, een van de kleintjes te onvlooien. Mawa besluit achter me onder mijn shirt te kruipen en pas nu besef ik me hoe boeiend het is om tijd met deze dieren door te brengen. Het wederzijds ontvlooiproces is even komisch als vertederend. Komisch omdat Jiki vol continu pretendeerd allerlei ongedierte uit mijn beenharen te halen en luidsmakkend weg te werken, vertederend omdat je weet dat hij dat doet ter erkenning van mij als een van de groep.
Nu, weer terug in de banda's in Entebbe kijk ik uit naar mijn tweede bezoek aan het eiland. Ik heb in Kampala contact gelegd met twee engelse jongens die een webdesign bedrijfje runnen en ze bereid gevonden om de website te onderhouden na mijn vertrek. Mijn eerste versie van de site is zo goed als klaar. 4 juli 2000 - Terminal Hotel te Nairobi, Kenia Het tweede verblijf op Ngamba eiland was toch wel de grote beloning. Een hoge piet van het Jane Goodall instituut, een van de trustees, was komen overvliegen uit de V.S. Om de jonge apen aan het bos te laten wennen worden ze af en toe in de ochtend, voordat de hele groep volwassenen losgelaten wordt, meegenomen het bos in. Omdat de grote baas er is mag dat deze ochtend niet ontbreken en zo gaan we met zijn vieren, drie vrouwtjes en een hele kluit jonge chimps op pad. De jongsten weigeren te lopen en springen dus direct in je armen, twee gaat nog net maar als de derde via mijn been op mijn rug klimt begint de klim door de jungle wat lastiger te worden, niet zeiken, doorlopen. We zoeken langs de zuidkant een van de strandjes op en onderweg banen we ons door het geluid van de honderden vleermuizen die hier in de bomen vertoeven. Nog niet alle chimps weten goed of ze wel zo blij zijn met het vreemde geluid en springen weer gretig in de armen, ontzettende kleuters dat het zijn. Echter op het strand aangekomen blijkt dit maar al te goed uit te komen voor de kleintjes. Een van de ouderen die zich richting het water begeeft begint opeens te krijzen en als een dolle terug te rennen. Voordat we doorhebben wat er aan de hand is is het al te laat, safarimieren. Deze vuile carnivoren hebben maar al te snel door of er vlees in de buurt is en kunnen venijnig hun tanden in je huid laten zinken. We snellen weg van de plek en na het verwijderen van die klerebeesten op mijn voet en been biedt Mawa zijn linkerbeen aan. Als ik twee flinke mieren uit zijn vacht verwijderd heb dartelt ie weer vrolijk verder.
De komende twee dagen krijg
ik uitgebreidt de kans om mee te helpen met voederen etc. Echter op de
derde dag is het hoog tijd dat ik terug ga om mijn werk af te maken. Als
de chimps terug zijn in hun nachtverblijven
ga ik nog even gedag zeggen. Ik had nog niet eerder fysiek contact
gehad met Robbie, de 'alpha male' of leider, die verreweg het meest gespierd
is en door alle chimps gevreesd wordt. Echter Clint, een australische
vrijwilliger, verteld me dat Robbie het heerlijk vind om te 'groomen'
(lees ontvlooien) en zeer betrouwbaar is. Door het hek heen geeft Robbie
zijn hand en als ik de mijne aanbiedt pakt ie hem vast en bekijkt hem
even goed. Goedkeurend beweegt hij zijn hoofd richting de mijne en Clint
zegt meteen dat ik hem 'the tongue' moet geven, vindt ie leuk. Als ik,
nog wat huiverig, mijn tong uitsteek krijg ik een zacht tongzoentje van
een mannetjesaap die zo een 7 keer sterker is dan ik,.... slik!. De laatste avond voor mijn vertrek richting Uganda pik ik nog even de finale mee in Just Kicking. De fransen zijn hier in de meerderheid en als het beslissende doelpunt valt breekt de boel los. In de polonaise houden twee jongens beiden een levende witte kip boven het hoofd, waarvan de ene vleugel blauw en de andere rood is geschilderd. Ze worden triomfantelijk heen en weer gehost en de franse ambassadeur geeft de hele tent een rondje. In mijn achterhoofd weerklinkt nog het lied wat we altijd met honkbal zongen tegen de Fransen in Zulpich:"Le cock est mor".. vandaag niet. Op de weg terug in de taxi worden we door een man midden op de weg gewenkt langzamer te rijden. Als we om hem heen gaan zie ik een jonge knaap levensloos in een plas bloed liggen. Ik weet dat het verkeer hier doodsoorzaak nummer 1 is en kon er dus ook van uit gaan dergelijke zaken te zien, echter het beeld legt me het zwijgen op voor de rest van de rit. De taxi rijdt onverstoord door. De bus naar Nairobi vertrekt vroeg in de ochtend. De 11 uur durende rit levert helaas weinig spectaculaire uitzichten op, ondanks dat het door een groot stuk van Kenia koerst. In de Ugandeze krant lees ik een toch wel erg frapant bericht. Het bericht geeft uitleg aan het volk dat wanneer iemand besneden is dat nog geen bewezen garantie is dat hij geen AIDS kan oplopen. Daaruit mag ik opmaken dat een gedeelte van het volk daarvan overtuigd is. Het artikel laat echter genoeg ruimte om aan te nemen dat ook de schrijver er van uit gaat dat het bewijs nog kan volgen. Ik verwacht dat weinig besneden Ugandezen zich hier wat van aantrekken. In Nairobi besluit ik de volgende dag het ziekenhuis op te zoeken. Ik heb twee dagen geleden bij het nagels knippen een vreemde blaar met een zwart pitje erin ontdekt bij mijn kleine teen en wil er toch even naar laten kijken. Tijdens het intakegesprek wordt gelijk mijn temperatuur en hartslag opgenomen, ik heb tenslotte een blaar op mijn teen. De dokter kijkt er even naar en zegt resoluut dat ik 'Jiggers' heb. Klinkt vriendelijk denk ik nog en met een beleefde glimlach vraag hem wat 'Jiggers' zijn. Een jigger is een klein wormpje wat door de huid kruipt als je bijvorbeeld op blote voeten door het zand loopt. Daar voedt het zich op je vlees totdat het groot en sterk genoeg is om een hele berg eieren onder de huid te leggen. Als je dan maar lang genoeg wacht barst het vanzelf een keer open om de duizenden jonge jiggers de ruimte te geven om wat levenservaring op te doen. Zover gaat de dokter het echter niet laten komen. Na wat rondvragen heeft ie een verpleger bereid gevonden het ding er uit te snijden en ik verbaas mij over het feit dat ze niet eerst een verdoving erin doen. Niet omdat het me nodig lijkt maar omdat dat een makkelijke manier is om weer wat geld van me af te trommelen. Veel tijd om me te verbazen heb ik echter niet want zodra de verpleger wat knullig het mes onder de jigger probeert te wringen moet ik me toch even laten afleiden om geconcentreerd op mijn lip te bijten. Na een kwartiertje wroeten is het ding eruit en het overblijvende gat wordt gevuld met watten. Tevreden neem ik afscheid van mijn tijdelijke huisdiertje. Ik breng de rest van de dag door met wat andere vrijwilligers van Ngamba Island die in Nairobi zijn blijven steken vanwege een Malaria aanval. Met een succesvolle aanschaf van wat laatste essentials bereid ik me voor op de volgende episode van mijn trip, zuidelijk afrika. 15 juli, Wildlife Camp in South Luangwe National Park, Mfuwe - Zambia. Goed, het is me weer gelukt om een reden te hebben om even flink op te scheppen. Ik zit hier in een luie stoel op de oever van de Luangwe rivier. Honderd meter achter me ligt het kamp waar ik de afgelopen dagen heb vertoefd. Links aan het water zitten twee visarenden en een reiger op elkaars voer te azen. Schuin tegenover liggen een aantal Nijlpaarden te zonnebaden. Op enige afstand rechts van me grazen wat impala's op het lange gras en vlak achter me zitten wat aapjes trots hun velblauwe balzak te etaleren en overal hoor ik dierengeluiden die ik zelf niet kan plaatsen. Het kamp doet zijn naam eer aan. Het is hier zo mooi dat ik moeite heb mezelf terug te plaatsen naar vorige week. Een nadeel van Afrika is dat je regelmatig veel tijd om handen hebt. Tijd die je probeert te doden met slechte gewoonten. Met een sigaretje probeer ik mijn geheugen op te frissen, daar gaan we. Als ik 's morgens vroeg op Nairobi Airport sta is het er zo druk dat tegen de tijd dat de rij voor me bij de incheckbalie verdwenen is mijn vliegtuig al bijna vertrekt. Hoewel het lopen nog moeilijk is met mijn herstellende teen wordt ik gedwongen een sprintje te trekken naar het vliegtuig. De deur wordt achter me dicht getrokken en ik neem plaats naast twee van de vele atletische negers in trainingspak. Een kort praatje leert me dat het gehele Zambiaanse voetbalelftal aan boord is en de hele weg babbelen we wat over het EK, de kwalificaties voor de World Cup waar het team nu mee bezig is en over elkaars families. Al snel nodigd mijn buurman, Masauso, me uit om bij hem en zijn familie te verblijven. Met veel enthousiasme accepteer ik zijn uitnodiging. Helaas wist mijn nieuwe vriend nog neit dat hij diezelfde dag nog uit het team gezet zou worden. De nieuwe coach, Jan Bouwer, voor mij niet bekend maar ik weet zeker dat Appie en Jorno de naam nog zullen herinneren uit zijn Willem II tijd, heeft aardig wat veranderingen in zijn kop zitten en hij nodigt me uit wat te komen eten in zijn hotel om daar eens gezellig over van gedachten te wisselen. Op het vliegveld van Lusaka voel ik me direct op mijn gemak. De ruimte en rust die je hier geniet staat sterk in contrast met het dichtbevolkte Uganda en drukke Nairobi. Omdat de andere jongens geen telefoonnummer of adres hebben van Masousa ben ik genoodzaakt de enige packpackers van Lusaka op te zoeken. Op weg naar de stad zie ik overal moderne billboards hangen, echter een van de afbeeldingen is toch wel tekenend. Met grote letters wordt aangegeven dat je een spliksplinter nieuwe bus kan winnen, wat hier het equivalent is van een klein bedrijf, als je je electriciteitsrekening op tijd betaald. Hoewel Zambia een van de armere landen van zuidelijk afrika is kan je wel goed zien dat rijk Zuid-afrika een redelijke hand in de pap heeft. De moderne zuid-afrikaanse winkelketens zijn door heel zuidelijk afrika vertegenwoordigd en verwonderd loop ik door de K-Mart achtige zaken waar de goederen even duur zo niet duurder zijn dan in Nederland. De armoede zie je echter snel genoeg opdagen als je wat door de stad en de armere wijken loopt. 's Avonds begeef ik met richting het hotel van Jan. Als ik een biertje bestel bij de lege bar schenkt 1 barman het biertje in, een tweede verteld aan een ander dat hij een bierviltje moet neerleggen en de derde voert dit netjes en natuurlijk zeer kalm uit. Welkom in Zambia, denk ik stilletjes. De maaltijd laat ik me uitstekend smaken en Jan en ik genieten samen met nog een handjevol lokalen van de live muziek. Twee big mama's en een harry op de syntheziser wisselen evergreens af met wat afrikaanse klanken. Jan nodigd me uit om zaterdag naar de volgende international te komen kijken, Zambia-Togo. Hoewel ik eigenlijk niet van plan was zolang in Lusaka te blijven wil ik deze kans niet missen en Jan zegt toe een kaart achter te laten bij de balie. Mijn poging om wat van de voorbereiding in de kleedkamer mee te maken, alwaar de spelers naar Jan's zeggen met een adembenemende zangspektakel de gemoederen proberen op te vijzelen, is onsuccesvol. De komende dagen breng ik met name met andere reizigers door, een student uit Utrecht, een broekie uit Engeland en een eeuwig reizende rastaman uit Zweden. Ed, de engelse jongen, is een duidelijk voetbalfanaat en ik op zaterdag probeer ik ook voor hem een kaart te regelen. Samen met een oud-international en de broer van de voorzitter van de voetbalfederatie nemen we plaats op de tribune. Het stadion, waar ongeveer 30.000 man in kan is halfvol en naast het stadion ligt het memorial voor het naar zeggen beste voetbalteam ooit van Zambia, wat destijds collectief overleed in een vliegtuigcrash. Iedereen die ik gesproken heb heeft het er nog over. De wedstrijd is tactisch gezien van laag niveau maar de inzet en sportieve prestaties van de spelers is fantastisch. Onder het genot van 90 minuten lang nonstop zang en dans op de tribune en een tweetal prachtige goals van Zambia gaat het team de broodnodige overwinning tegemoet. Als Ed en ik het stadion uitlopen worden we toegejuigd door de menigte die op het team staan te wachten alsof we persoonlijk de twee goals gescoord hebben, alleen maar omdat we blank zijn. Een vreemd soort positieve discriminatie en tegelijk een hele leuke ervaring. De toezegging van een van de spelers om 's avond even lekker de overwinning te vieren strand in een avondje op stap met zijn tweeen. Alle spelers zijn naar huis gegaan omdat ze al zes weken niet thuis zijn geweest en op maandag weer in kamp moeten. De discipline zit er hier goed in. Hoewel Lusaka zelf heel weinig interessants te bieden laat het nachtleven niks te wensen over. Het laat ook weinig over in de portemonnee, het wordt tijd hier weg te gaan. Inmiddels heeft Oscar laten weten dat ie een loopbaanverandering voor de boeg heeft en tussen de bedrijven door 3 weken vrij heeft. Voor de laatste drie weken van de trip zullen Ossie en ik samen de boel verkennen. Ruim tweeeneenhalve maand alleen reizen is erg goed geweest, echter ik zie nu met veel plezier uit naar de laatste episode met Ossie. Omdat Oscar op Lusaka vliegt geeft mij dat de kans om in de tussentijd nog wat meer van Zambia te zien. Eigenlijk had ik South Luangwe national park al afgeschreven omdat het in het oosten ligt, maar de verhalen over de wandelsafari's die daar mogelijk zijn spreken me erg aan. Zoals mijn Pa zou zeggen, plannen zijn er om gewijzigd te worden. Om naar het park te komen moet ik de volgende ochtend om 6 uur de bus naar Chipata pakken. Om nog wat tijd te doden pak ik mijn boek erbij, Wilbur Smith's 'The Elefant Song'. De eerste regel van het hoofdstuk waar ik gebleven ben luidt 'The next morning Daniel headed eastwards towards Chipata and the Malawi border'. Met een grote grijns op mijn kop leef ik me moeiteloos in in het heroische verhaal. De rit naar het park is een
hele onderneming. Voor het eerst wordt ik, en vier andere europeanen met
mij, slachtoffer van een van de vele trucs die ze hier uithalen om geld
uit je te kloppen. In Chipata nemen we ee minibus richting Mfuwe, echter
als we na een paar kilometer stoppen en onze bagage uitgeladen wordt vraag
ik wat er aan de hand is. De beloning voor de lange rit is echter zeer groot. Het Wildlife Camp is een zeer goed verzorgde Lodge met een prachtig uitzicht op de Luangwe. Dit kamp is het goedkoopste wat er is maar het comfort is groot. Een mooie bar, warme douches en plees die je gewoon door kan trekken. Het geeft me het gevoel dat ik een soort kleine vakantie in mijn vakantie aan het houden ben. De eerstvolgende avond ga ik mee op de nightdrive. Alle safari-activiteiten worden vanuit het kamp georganiseerd en de night drive is een rit door het park van twee uur voor zonsondergang tot twee uur na zonsondergang. De wagens waarin de ritten gedaan worden vallen me heel erg mee. De kompleet open Landrovers hebben op de achterbak twee banken die vooruit kijken. Hierdoor zit je wat hoger en heb je een goed uitzicht, echter het feit dat de auto gewoon helemaal open is geeft niet dat poppekastgevoel wat ik me er bij voor had gesteld. Dit park is een van de betere van Zambia, echter ook een stuk meer toeristisch dan wat ik in Rwanda en Uganda heb gezien. De game drive is er niet minder om. Nog voor we het National Park binnen zijn, eigenlijk vlak na het verlaten van het kamp zien we onze eerste olifanten en giraffen. Tot zonsondergang is het een groot beesteboel festijn. Het biertje wat koud gehouden is voor de break tijdens zonsondergang is zeer welkom. Hierna zetten we de rit door met zoeklichten. De eerste leeuw die we tegenkomen ligt languit naast de weg te rusten. We stoppen de auto en staan een kleine anderhalve meter van waar de leeuw ligt. Dat ie toch niet erg blij is met de velle lampen in zijn snoet laat hij weten met behulp van een flinke brul. Indrukwekkend! Echter opstaan is er niet bij, mannetjesleeuwen schijnen erg lui te zijn. Bij de volgende bocht hebben we een voltreffer. Twee andere auto's hebben de schijnwerpers reeds vol op een leeuwenpaar staan die rustig in een teder ritueel bezig zijn, kort daarna leer ik dat het ritueel het welbekende voorspel is. Eigenlijk is het wel bizar. De leeuwen trekken zich weinig van ons aan tijdens de paring, echter de drie schijnwerpers maken er toch een soort Wildlife peepshow van. Mijn eerste gedachte is dat ik het toch wel wat zielig vind voor de leeuwen. Even later besef ik me echter dat ik op een bankje in een auto zit met mijn camera in de hand en dat die leeuwen lekker in het gras liggen te rollebollen, wie is er nou zielig..
De olifanten lopen rustig door om een kleine dertig meter verderop de verhoging naar het kamp te betreden. Voor een korte tijd verdwijnen ze achter een grote bult echter al snel staan ze op het pad wat naar de verschillende hutjes loopt, midden in het kamp. Vluchten naar de hutten kan niet meer, de keuken is onze enige optie, twintig meter achter ons. Op het eerste oogcontact besluiten de olifanten dat ze ons niet leuk vinden. In een razend tempo komen ze alledrie op ons afstormen. Terwijl we richting de keuken rennen kijk ik achter me of de laatste van de meiden goed is weggekomen. Achter haar zie ik de bavianen de barbeque bestormen. Als ook de amerikaanse achter me dat beseft zie ik haar stoppen en omdraaien. Gelukkig worden amerikanen vrij disciplinair opgevoed en een felle 'YOU, GET HERE!!' is voldoende om haar bij haar verstand te brengen. Als de olifanten ons weggejaagd hebben gaan ze rustig eten van de bomen naast de hutten. Al snel is de barbeque veilig terrein en kunnen we de schade taxeren. De bavianen zijn zo vriendelijk geweest 1 burger te laten liggen, verder is alles verdwenen. Een kleine prijs voor dit avontuur. Teruggekeerd in mijn tentje besluit ik nog heel even te lezen. Omdat je de zijruiten niet open moet doen voor vanwege de wildlife heb ik het topraampje opengeritst. Na een kleine vijf minuten begint het plots te regenen en voel ik de spetters op mijn bovenlijf en beddegoed. In een fractie van een seconde besef ik me dat het absoluut geen regen kan zijn en maar een ding over blijft. Een verdomde baviaan die lekker in de bomen boven me even zijn blaas aan het legen is, erg goed gemikt, nauwelijk toeval zou ik denken. De avond erop zijn de meeste gasten verdwenen en praat ik wat met Mark, een Engelse jongen die in een van de lodges werkt en even een avondje eruit wil. Hij nodigt mij en Jo, een engels meisje die in de keuken werkt uit om mee te gaan naar Flat Dogs, een van de andere lodges waar ze muziek en een pooltafel hebben. Daar aangekomen geloof ik mijn ogen bijna niet. In het midden van nowhere, aan het einde van een slechte dirtroad ligt een Lodge die meer wegheeft van een artistieke New Yorkse Lounge dan een Afrikaanse safarikamp. Indrukwekkend om te zien maar ik ben blij dat ik zelf niet hier verblijf. De meeste gasten zijn medewerkers van de verschillende lodges en tegen het einde van de avond ken ik iedereen. Naar de plee gaan kan alleen even niet, er is weer een drietal olifanten die tussen de bar en het toiletgebouw aan het grazen zijn. Wat maakt het uit, uit de stapel CD's grits ik de Venga Boys tevoorschijn en vergeet heel even dat ik in Afrika zit. De wandelsafari de volgende ochtend leeft niet geheel op tegen de verwachtingen. Hoewel het idee dat je per voet door het park mij erg aansprak is het aantal dieren wat je ziet een stuk minder en ook de wandeling is afgestemd op vette luie amerikanen. Het feit dat ik samen met vier duitsers op pad ben die alle stereotyperingen van een safaritoerist weten te honoreren maakt het er ook niet beter op. Mischien is het ook wel een beetje de afrikaanse zon gemengd met een stevige kater. Echter de gids maakt veel goed, met plezier maken we grappen over de duitsers en graaien we gezamelijk in de olifantenstront op zoek naar vruchtenoverblijfselen. De wandelsafari is met name informatief en doet het ontbijt erna extra goed smaken. Nu zit ik dus hier op de oever van de rivier. Morgen vlieg ik vanuit Mfuwe naar Lusaka in een klein propvliegtuigje. Het lijkt me prachtig de route die ik reeds met de bus gedaan heb vanuit de lucht te zien en het brengt me tegelijk met Ossie op Lusaka airport. De komende drie weken staat er nog veel voor boeg. Victoria Falls, Botswana en Namibie en de afsluiting in Kaapstad.. moet genoeg voer opleveren voor Abo in Africa V. de blauwe ballen, Richard
--- |
|
|