|
Deel V 28 juli 2000 - TransNamib coupe, Walvisbaai naar Windhoek, Namibie Hoewel Namibie 1 va de rijkste landen van Zuidelijk Afrika is, heeft deze treinrit toch datgene wat je in Afrika van een treinrit mag verwachten. De diesellocomotief die ons door de woestijn trekt doet het rustig aan, met name omdat 'ons' in dit geval 1 personencoupe en naar het lijkt honderden goederenwagons is. Echter ook omdat de wind in de woestijn de zandduinen continu van vorm doet veranderen en er dus de nodige zandophopingen op de rails liggen. De rit, die met de auto ongeveer 5 uur duurt, zal ons gedurende 12 uur door de nacht helpen. Genoeg tijd om even in te halen wat schrijven betreft. Ossie ligt, net als de rest van de trein, te slapen dus ik moet het even met mijn eigen geheugen doen. Twee weken terug lijkt alweer een eeuwigheid. Samen met tien andere passagiers stap ik in het propellorvliegtuigje van Eastern Air. Ik moest me vanochtend nog wel even haasten, Abo is ook in Afrika wel eens te laat, maar kan nu rustig van het uitzicht genieten. Het vliegtuigje heeft zowaar een stewardess die kompleet uitgerust, dus mantelpakje en velrode lippestift incl., de veiligheidsvoorschriften probeert uit te leggen. Het vliegtuigje is echter te klein om normaal in overeind te staan. Maar goed dat ze het kort houdt om aan haar volgende taak te beginnen, snoepjes uitdelen. Opeens breekt het zweet me uit. Dit keer niet door de Afrikaanse zon of een tropische koorts maar doordat ik merk dat mijn Palmpje niet in mijn broekzak zit. Mijn buurman vraagt zich af waarom ik tot drie keer toe al mijn spullen uit mijn zakken en rugzak haal om ze vervolgens weer terug te stoppen. Er schieten mij drie woorden te binnen: "kut, kut, Kut", Op Lusaka airport staat Ossie al op me te wachten, met een rugzakje nog kleiner dan hijzelf en een goede kantoorkleur waar de Afrikaanse zon zich even lekker op los kan laten. Hij heeft al de nodige uurtjes op het vliegveld mogen doorbrengen en daar gaan we er gezellig nog een paar aan toe voegen terwijl ik uitzoek waar mijn Palm zou kunnen zijn. Het duurt niet al te lang voor ik achterhaald heb dat ze hem in het Wildlife Camp gevonden hebben. Gelukkig is er die dag nog een vlucht en slagen ze erin mijn electronische vriend aan de piloot mee te geven. Wie een eikel is moet veel geluk hebben, zal ik maar zeggen. De volgende ochtend reizen we vroeg af naar Livingstone. Hoe zuidelijker we komen hoe welvarender het wordt en de busrit verloopt soepel over de redelijk goede wegen. In Livingstone aangekomen informeren we direct naar tours door Botswana. Ik was al getipt dat het het meest efficient is om deze met een organized tour te doen (qua tijd) en al snel hebben we achterhaald dat de voorlopig enige geplande trip morgenochtend vertrekt. Dezelfde avond zitten Ossie en ik bij de zogehete 'pre-briefing', in Vic Falls aan Zimbabweze zijde.
Na de pre-briefing ga ik samen met Christo wat eten in Vic.Falls. Ossie is nog een beetje ziekjes, waarschijnlijk iets opgelopen in het vliegtuig, en blijft derhalve maar even in bed. We gaan voor een veilige, niet al te dure maaltijd en Christo stelt voor naar 'the Kingdom' te gaan. Deze korte trip brengt je in 1 klap van zuidelijk afrika naar Las Vegas. The Kingdom heeft met name een koninkrijk aan kitsch, gokautomaten en veramerikaniseerde eetgelegenheden. Waarschijnlijk is dit zo een beetje hoe ik me Sun City moet voorstellen, behalve dan dat het hier op dit moment kompleet uitgestorven is. Christo weet me te vertellen dat het grote luxe hotel op dit moment 7 gasten heeft, de onrust hier in Zimbabwe zal nog vele jaren enorme schade berokkenen op de toerisme industrie, en alle andere industrieen. Veel van de mensen die ik heb gesproken hebben Zimbabwe al geheel afgeschreven; onherstelbaar met schadelijke bijkomstigheden voor omringende landen. Hier in 'The Kingdom' doet iedereen in ieder geval alsof er niks aan de hand is. En ik doe braaf mee, want met het eten is inderdaad niks mis. De volgende dag begint de trip naar Botswana. De eerste stop over de grens moeten we weer de zoveelste valuta zien te regelen. Echter hier in Botswana is de welvaart op dien niveau dat pinnen met je europese pas geen enkel probleem is. Soepel rollen de Pula's uit de pinautomaat, echter voordat Oscar zijn pasje heeft weggestopt worden de flappen alweer ingeslikt door het apparaat. Het is dinsdagochtend en de bewaker verteld ons dat we donderdagochtend maar weer terug moeten komen, de bank gaat vandaag niet meer open en 's woensdags ook niet. Jawel, we zijn nog steeds in Afrika. Een paar uur later zijn we in Chobe National park, naar verluid een van de betere safariparken van zuidelijk afrika. En dat mag ik beamen. De boottocht, waar we mee beginnen, is fantastisch. In een open boot van buitenboordmotor voorzien 'cruisen' we door de moerasachtige open vlakte. De boot geeft ons de kans om van zeer dichtbij de nodige hippo's, buffalo's, krokodillen, olifanten, vogels van allerlei formaat, geur en kleur en natuurlijk de onvermijdelijke rijke safaritoerist te zien. Deze toerist zit natuurlijk in een bootje met zijn rug naar het wild toegekeerd terwijl een butler zijn glas champagne volschenkt en hij nog een hapje van een van de bovengenoemde diersoorten neemt. Competitief van aard als ik ben kan ik alleen maar zeggen:" Onze boot is lekker sneller!!", en hij is gelukkig weer snel uit zicht. Met de hippo (of nijlpaard moet ik eigenlijk zeggen) als nummer 1 killer van al het wildlife in Afrika (ik geloof dat de buffalo 2 of drie is) was het toch even slikken toen we even de boot tegen de kant aan duwde om een grote krokodil die lekker lag te zonnen van dichterbij te zien, niet zozeer om de krok, maar wel om het feit dat een of andere hippo niet al te ver van de boot opdook om snel weer onder te gaan. De belletjes die de hippo zijn pad verraden kruipen langs de boot. In zo een geval is het normaal gesproken heel simpel, rustig maar zeker bij hem wegvaren, echter nu zijn we tussen wal (met krok) en hippo geraakt. De gids blijft er echter redelijk rustig onder en ik heb me inmiddels een comfortabele en volgens mij veilige regel toegeeigend: "relax, relax, en als de gids rent, ren jij ook!!" Het hoogtepunt van de boottrip is een solitaire olifant'bull' die langs de oever zijn gigantische lichaam van een zanddouche aan het voorzien is. We zijn in staat heel dichtbij te komen en onze grootorige vriend schijnt het niet erg te vinden. Vlak voor hem aangekomen zien we voor het eerst dat zijn mannelijkheid vol trots tussen zijn achterpoten hangt en bij voortschreidende bewegingen 'moeiteloos' over de grond meegesleept wordt. Bij het eerste aanzicht slaan de meiden aan boord in koor een kleine kreet, van schrik of zoiets. Het is simpelweg adembenemend om van zo een kleine afstand rustig het beest te kunnen aanschouwen terwijl hij zijn ding doet, en het is een kleine kwartier later als de bull besluit dat het gras op de andere oever groener is. Natuurlijk is voor hem de kortste weg door het water en wel precies waar wij liggen. Rustig maar zeker komt hij recht op ons af en verstandig kiest de gids/stuurman er voor om hem maar even wat ruimte te geven. Vlak achter ons steekt de grootgeschapen dombo over naar de andere kant, met ruim de helft van zijn lichaam nog boven water. Momenten waarop je je heel bewust bent dat dit HUN territorium is. Bij terugkomst staat de auto al klaar om ons op een gamedrive te nemen. Nu worden de voordelen van de georganiseerde toer ons wel heel duidelijk. Als we dit zelf hadden moeten regelen waren we nu waarschijnlijk nog op zoek geweest naar accomodatie en iemand die ons hopelijk morgen op een boottochtje wil nemen. De gamedrive brengt ons een zeer rijke hoeveelheid grote dieren. Al snel komen we in contact met een grote kudde olifanten en de gids stopt er middenin en doet de motor af. Deze gids houdt wel van een lolletje en als een van de kleintje samen met zijn moeder besluit ons te 'chargen' wacht de gids tot ze heel dichtbij zijn om ze dan af te schrikken door zijn motor te starten. Dit spelletje herhaalt zich nog een paar keer, gelukkig met succes. Bij een van de volgende stops blijkt de motor echter niet meer de starten en moeten we uitstappen om de Landcruiser in het dulle zand aan te duwen, gelukkig zijn de olifanten nu een stukje verder weg. Op zich niet erg, betekent alleen maar dat de gids voortaan de motor moet laten draaien, wat hij prompt bij de eerstvolgende groep olifanten vergeet en daar staan we dan met afgeslagen motor tussen een twaalftal olifanten. Je ziet dat zo een beetje iedereen in de groep, de gids inclusief, op hetzelfde moment beseft dat dat nou effe niet de bedoeling was. De dichtsbijzijnde olifanten beginnen met de oren te klapperen, een teken van:" he, jij daar, opzouten of we komen je even een lesje leren", nu even uitstappen om de auto te starten zou erg onverstandig zijn en in het geval van een 'charge' is het truukje van de startende motor ook niet meer voorhanden. Maar de gids zou de gids niet zijn als ie niet op een hele relaxte manier zijn witte tanden laat zien in een grote glimlach en de dalende helling gebruikt om de auto rollend te starten. Mazzeltje?? Welnee, gewoon relaxed weeet je. 's Avonds zitten we met de hele groep om een kampvuur te wachten tot het eten klaar is. De gebruikelijke stilten die vallen als je een groep onbekenden bij elkaar zet probeert Christo soepel te doorbreken met wetenswaardigheden en dergelijke. Echter ook hij ontkomt er niet aan om op een gegeven moment het ijs een beetje te breken door een rondje:" stel je maar even voor" in te zetten. Bij de derde persoon, al snel bijgenaamd Daffy, blijft de ronde echter hangen. Dit amerikaanse meisje die zegt dat ze braziliaanse is heeft de onverbetelijke amerikaanse eigenschap dat ze er vanuit gaat dat iedereen haar gehele levensverhaal wil weten, compleet met nutteloze statistieken, anekdotes en mogelijke gevolgen voor de wereldbevolking. Dat het eten maar goed mag smaken, en HEEL snel geserveerd gaat worden. De volgende dag is weer een lange rit van Chobe naar de Okavenga Delta. Pieke zou zicht kostelijk vermaakt hebben om het tafereel wat zich bij een van de pompstations voordeed. We wachten op een grote bus, die achterop een grote stikker met "Mr. Fantastic" erop draagt (hier moet ik eigenlijk al aan Da Peksta denken). Als we denken dat ie klaar is met tanken komt een van de pompbedienden met een groot blok beton aanrollen. Tot onze verbazing wordt deze voor de rechterachterband gerold waarna de chauffeur even fink het gas erop zet. Even schrikken we, want het lijkt of de bus gaat omkieperen, echter beheerst wordt ie onder een stevige hoek stil gezet om nog even de laatste liters erbij te persen. Wellicht een handig ideetje voor Pieke's rode pausmobiel.
De nacht is gevuld met allerlei dierengeluiden en in de ochtend staan we vroeg op om per voet te proberen er een aantal te spotten. Het gevoel dat het eerder andersom is wordt bevestigd als we zien hoe een groep wilde honden ons in de gaten houdt en voor ons uit trekt. In de middag gaan we per mokoro door naar de volgende campsite. Mijn poging om zelf de mokoro te besturen is wanhopig. Die dingen zijn zo stabiel als het Zimbabweze politieke stelsel. Een bezoek tussendoor aan een dorpje geeft me echt zo een 'he toerist, moet je ons eens primitief zien zijn' gevoel, maar waarschijnlijk komt dat met name omdat we met zijn tienen rondlopen als toeristen met zo een 'god, wat zijn jullie primitief' uiterlijk. Als Daffy vervolgens ook nog de dorpsvrouw gaat uithoren over wat ze aan geboortebeperking doen heb ik echt het gevoel dat onze aanwezigheid ongepast is. Gelukkig zetten kort daarna onze reis voort. Die avond verblijven we op een campsite die niet al te ver van het plaatsje Paradijs af kan liggen. Ietwat onnatuurlijke zaken als aangeharkt zand tussen de palmen om op te lopen en een toilet die je gewoon door kan trekken verraden dat je niet op een onbewoond eilandje zit als een soort oase in de Okavenga. Echter naar mijn mening is dit een perfect balans tussen vakantie-achtige comfort en midden in de natuur zijn. Het is niet ongebruikelijk om op weg naar de plee het broertje van Bambi tegen het lijf te lopen en tot mijn vreugd weet de eigenaar te vertellen dat het kleine eilandje ook het huisfront is van een luipaard. Helaas vertrekken we de volgende ochtend per motorboot en verlaten we spoedig de Okavenga Delta om terug te keren naar de overland truck voor onze laatste stuk rijden met Nomad. Rond het middaguur is het tijd voor de een pitstop. Een vriendelijke edoch ietwat 'grumpy' lokale die in de 'bottle shop' zijn lunch staat weg te werken, te weten twee blikjes bier, bedankt de dame achter de kassa met een waarschijnlijk dagelijks ritueel door zijn laatste blikje in een keer leeg te drinken en dan hard tegen de vloer te smijten. We zijn blij dat het tanken van de overlander reeds achter de rug is als deze lokale zijn werkzaamheden hervat; het repareren van de benzine opslagtanken! Proost jongen. Die avond komen we in Maun aan. Nu moet ik even iets opbiechten: Bij het vertrek van deze tour ging ik er nog van uit dat we aan het einde in Victoria Falls terug zouden keren om als afsluiting de Falls te bekijken. Hoewel het schema dat ook aanduidt kunnen we ongeveer drie dagen besparen door vanuit hier naar Namibie te gaan en kiezen er voor de Falls voor een volgende Afrika-reis over te laten. Wel vreemd om zo dichtbij te zijn en ze niet echt gezien te hebben. In ieder geval is het de bedoeling om zo snel mogelijk vervoer te vinden naar Windhoek, Namibie. Het wil niet erg vlotten met busreizen en dergelijke maar zoals vaker deze reis gebleken is staat onze vriend St. Antonius aan onze kant. Beter nog, het zou me niks verbazen als ie van afrikaanse afkomst is. In ieder geval komt het er op neer dat een van de medereizigers op ons af komt omdat hij twee bekenden is tegengekomen die morgenvroeg naar Windhoek vertrekken en hem een lift hebben aangeboden. Voor hem is het iets te vroeg, wij gaan graag mee. Het stel, Hubert en Fiona, blijkt een Nederlands - Australisch koppel te zijn die beiden in Singapore werken. De rit naar Windhoek verloopt soepel en al snel blijkt dat de neuzen redelijk dezelfde kant op staan. We komen na zonsondergang in Windhoek aan. Het aanzicht is weer compleet anders: perfecte wegen, nieuwe (duitse) auto's, erg veel stoplichten op straathoeken met namen als Peter Müller strasse maar ook Robert Mugabe avenue en tot slot een absolute afwezigheid van zwarte inwoners op de straten. Die avond eten we samen met Fiona en Hubert bij Luigi & Fish. Je zou jezelf wederom ergens in duitsland kunnen wanen, grote bierglazen, popmuziek en een bevolking die een poging doet er bijdetijds bij te lopen. Het enige verschil is dat het lijkt alsof er hier minder zwarten zijn dan in Duitsland, ik heb er nog geeneen gezien, ook niet in de bediening. Hoewel de tent Luigi & Fish heet laat ik mij op mijn eerste stuk 'game' (=wild) trakteren. Nou hebben we de laatste week al niet eens zo slecht gegeten maar het springbok biefstukje smaakt me bovennatuurlijk goed. Ook de gemsbok van Hubert is niet te versmaden. De rekening die we na afloop gepresenteerd krijgen doet ons schrikken; belachelijk! voor al dat bier, wijn en heerlijke eten is de rekening nog lager dan menig gezin in Mc Donalds Amsterdam Zuid-oost uitgeeft. Vanuit Windhoek plannen we de rest van onze trip. De komende dagen zullen we samen met Fiona en Hubert naar de kust van Namibie reizen om daarna vanuit Windhoek een trip naar Etosha National park te maken. Deze trip sluit weer strak aan met de bustrip naar Kaapstad waar we dan nog een paar dagen hebben. De puzzelstukjes vallen aardig ineen en net als we de gecombineerde backpackers/reisbureau willen verlaten wordt ik in mijn zij gepord door Jody, een van de vier aussies die ook op de Botswana trip zat. Ze hebben blijkbaar hun plannen gewijzigd en komen hier net aan. Dus maar weer gezellig uit eten in een authentieke Afrikaanse biergarten. De volgende dag vertrekken we richting Swakopmund. De rit neemt ons mee door een soort Wild West achtige woestijn die plots overgaat in de Atlantische oceaan. En daar, in the middle of nowhere, ligt swakopmund. Het is snel duidelijk dat menig duitse bejaarde hier in de zomer een vakantiehuisje afhuurt in één van de Centre Parcs achtige bungalowparken. Echter het dorp heeft ook een zeer pitoresque karakter met oude koloniale huizen die je mee terug nemen in de tijd. Mede omdat deze parken wel heel erg tegen staan zoeken we nog wat verder en treffen het. In een van de 'huisjes op de prairie' runt een zeer aardig stel een bed&breakfast waar menig Engelsman jaloers op zou zijn. Als je een tijdje in Swakopmund rond loopt krijg je al snel het gevoel dat iedereen hier neef en nicht van elkaar is, en dat dat al vele generaties niet anders is. Iets wat we in ABN simpelweg 'inteelt' noemen. Nu hebben ze waarschijnlijk weinig keus, maar het zou me niks verbazen dat als je hier het bevolkingsregister in zou duiken en een grafiek zou maken met lijntjes van alle familiebanden, het meer op een haarbal van de kat van de buren zal lijken dan op een set geordende stambomen. Mag de pret niet drukken zal ik maar zeggen. Een avond later ontmoeten we onze australische vrienden weer in zoals afgesproken, "de eerste kroeg in de Lonely Planet". Dit bruizend hartje van Swakopmund is een soort cafe/disco waar de jonge Swakopmunders hun tijd doorbrengen. Voor lange tijd zijn Fiona, Jody en Brooke de enige vrouwen in de tent. Het vertier blijkt derhalve opgemaakt te zijn uit poolen en met jezelf dansen in de spiegelmuur van de dansvloer. Twee neefjes (hadden ook nichtjes kunnen zijn) zijn druk bezig de danceact van 'Erasure' te oefenen dus kiezen wij er maar voor om een potje mee te poolen. Na sluitingstijd kiezen John en ik er voor om nog maar even het Casino een klein bezoekje te geven. Deze is tot 4 uur open om verveelde rijke duitsers zo lang mogelijk van hun geld te vervreemden. Hoewel het Casino groter is dan we in Nederland uberhaubt hebben is het aantal bezoekers op 1 hand te tellen en hebben John en ik de blackjack tafel voor onzelf. Met het programma van morgen in mijn achterhoofd loop ik eigenlijk veel te laat, beschonken en platzak terug naar de B&B. Met gisteravond nog in de benen
staan we vroeg op om na een fabuleus ontbijt de woestijn in te trekken.
Wegens harde wind en bijbehorende 'zandstormen' wordt het programma een
paar uur uitgesteld en pas tegen het middaguur bevinden we ons in de prachtige
rode duinen van de Namib, uitkijkend op de blauwe golven van de Atlantiek.
Het is moeilijk te geloven dat je nog op de aardbol rondloopt, en als
een klein jongentje kijk ik fantaserend om me heen op zoek naar sporen
van de gigantische spijsetende wormen uit 'Dune'. Niks te bekennen. Het
is goed voor te stellen dat in deze omgeving de lokalen zowel de God van
de Zee als de God van de Woestijn een grote rol toekennen. Om deze laatste
maar eens goed te eren starten we de motoren van onze Quad-bikes om vervolgens
het gas er even flink op te zetten voor een paar oefenrondjes door het
zand. Quad bikes zijn een soort cross-motoren maar dan met vier hele dikke
wielen waardoor zelfs Joost Klomp in staat zou zijn in het rechte pad
te blijven. Met pakweg acht man racen we ongeveer anderhalve uur door
de oneindige duinenvlakte en het is onvermijdelijk dat er zand tussen
je tanden komt omdat je de hele tijd van oor tot oor een grijns op je
smoel hebt. Omdat de begeleider had uitgelegd dat het praktisch onmogelijk
is om met de quad bikes om te vallen vanwege het lage zwaartepunt scheuren
we er lekker op los. Hoewel er veel mensen zijn die het quad biking heiligschennis vinden van de rust en de natuur in de woestijn is het naar mijn mening een van de leukere manieren om van deze omgeving te genieten. Je komt in korte tijd op veel verschillende plekken met ieder een eigen karakter qua vormgeving en uitzicht. Het is halverwege de middag als we ons richting een groep duinen begeven met wederom een prachtig uitzicht over de oceaan. Onderaan de duinen passen Ossie, Hubert en ik de softboots die klaar staan en lopen met onze snowboard in het mulle zand de duin op. Duneboarding is iets wat ik al eerder op TV had gezien maar niet bij stil had gestaan dat dat hier mogelijk zou zijn. Deze woestijnversie van snowboarden heeft echter 1 nadeel, skiliften kennen ze hier niet! Na de eerste run, waarin we nog erg moeten wennen aan het stroeve zand, is het meer vloeken dan genieten als we weer de helling opklimmen. Echter na een paar runs komt de lol erin en lijkt het klimmen ook een stuk lichter te gaan. Wie had er gedacht dat ik in deze trip nog op de snowboard zou staan?!? heerlijk! De rest van de groep houdt het bij horizontaal boarden. Hierbij lig je languit op je buik op een triplex stuk hardboard en is het een simpele kwestie van sleetjerijden de duin af, maar dan wel met een snelheid van tussen de 60 a 80 kilometer per uur. Natuurlijk laten Ossie en ik ook deze thrill niet aan ons voorbij gaan en het is kinderlijk leuk om op een stukje hout als een dolle naar beneden te sjezen met de hond van de begeleidster die onvermoeibaar achter je aan dedert (met inderdaad dezelfde snelheid). Tegen de tijd dat de zon tegen de horizon aan kruipt zitten Oscar en ik, bedekt onder het zand, uitgeteld op de top van de duin. Wat een dag, en dan te bedenken dat er beneden een koud biertje te wachten staat. Eerst even van de zonsondergang genieten. Vanuit Swakopmund bezoeken
we Cape Cross, ten noorden van Swakop in de richting van Skeleton Coast,
de beruchte kustlijn met tientallen scheepswrakken zichtbaar vanaf het
land. Cape Cross is een van de plekken die de portugezen destijds als
eerste blanken hebben aangedaan. Hedentendage is het de thuisbasis van
duizenden
zeehonden. Hoewel er een verdacht geurtje aan de plek zit is het fantastisch
om deze gigantische kolonie van dichtbij te aanschouwen. De volgende ochtend is weer vroeg op om op tijd in Walvisbaai te zijn. Hier gaan we met Jeanne kayakken in de oceaan en gelukkig is het prachtig weer met niet te hoge golven. Jeanne regelt al aardig wat jaren kayaktrips en geniet er overduidelijk net zoveel van als wij. De speciale kayaks zijn zeer stabiel en voorzien van een roer, en de reden om juist hier te kayaken is vanwege de kans om samen met zeehonden en dolfijnen in het water te zijn. Jeanne legt uit dat het er nog wel van af kan hangen hoe de zeehonden zich voelen hoe speels ze zijn, en dat hiet niet zeker is dat we de dolfijnen zullen spotten. Vandaag treffen we het echter. Al snel spotten we een aantal dolfijnen en zetten we de achtervolging in. Dolfijnen vinden het leuk om met de kayak mee te zwemmen als het tempo maar hoog genoeg ligt dus bij het naderen van de dolfijnen is het even flink doorpeddelen. De beloning is groot. Het is moelijk in woorden te beschrijven hoe het voelt om zo dicht bij zulke fantastische dieren te zijn. In de kayak ben je praktisch onderdeel van het water en als je even je best doet blijven de dolfijnen een flink stuk vlak voor je kayak zwemmen en kun je volgen hoe ze onderwater van links naar rechts zigzaggen en af en toe uit het water springen. Als je dan uitgeput de race opgeeft komen ze nog een keer kijken waar je in hemelsnaam mee bezig bent, om dan verveelt maar weer een ander speelmaatje op te zoeken. Achter me hoor ik Ossie een kreet van verwondering slaan, het water is hier zo schoon dat je alles perfect kan zien en een op volle snelheid voorbij schietende dolfijn is wel een kreetje waard. Al geruime tijd hebben we ook een paar zeehonden die ons nieuwsgierig op korte afstand volgen. Af en toe steken ze vlak naast je hun kop op om de boel even te verkennen, om dan verlegen weer onder te duiken om naar het lijkt de anderen het nieuws van de vreemde snuiter te brengen. Bij het terugdraaien varen we vlak langs een zeehondkolonie alwaar we de nodige opschudding veroorzaken. Geinteresseerd duiken velen het water in om de boel even te inspecteren en speels duiken zo over en langs elkaar heen op een veilige afstand. Jeanne verteld dat ze nog wel eens wat brutaler willen worden en dat ze dan over de boeg van je kayak heenspringen en niet te lang geleden besloot er eentje te kijken of haar peddel misschien eetbaar was. Een paar honderd meter naast de kolonie varen we het strand op voor lunch, onder continue inspectie van een aantal zeehonden in de branding. Na de lunch varen we weer terug naar waar de Landrover geparkeerd staat. Bijna het gehele stuk heeft Ossie een groep dolfijnen voor en om zijn kayak. Als we bijna bij de Landrover zijn ziet Jeanne in de verte wat opspattend water. Het teken van een groep vissende dolfijnen. Met vernieuwde energie snel ik me in kruisende richting met hun baan om zo dicht mogelijk te komen. Als je een twintigtal dolfijnen uit het water ziet springen met hoge snelheid en dan een paar seconden later vele tientallen meters verderop weer het water uit ziet komen kan je je voorstellen dat de vissen geen enkele kans hebben. Terugpeddelend ben ik nog zo onder de indruk dat ik bijna een stel penguins mis. Ongebruikelijk voor deze tijd van het jaar verteld Jeanne, ik geloof dat we voor zoveelste keer mazzel hebben. Dat Jeanne van haar werk houdt bewijst ze die avond. Ossie en ik moeten om 7 uur de trein naar Windhoek hebben echter omdat het water spiegelglad is die avond neemt ze ons kosteloos mee om vanuit de kayak van de zonsondergang te genieten. We hebben er nu zoveel gezien dat je zou zeggen dat je er aan went, wrong!! wederom een adembenemend schouwspel. We meren weer aan bij de 'Walvisbaai Hengelklub' en nemen afscheid van Fiona en Hubert. Nog even wat gegevens opnemen voor weer wat zakelijke contacten in Sydney en op weg naar het station. De trein moet om 7 uur vertrekken. Oscar maakt zijn markt op 10 dollar laten bij 12 minuten vertraging locked; laat maar, ik begreep of begrijp het ook niet helemaal; dat is effectenhandel taal en ik ben hem het geld nog steeds verschuldigd. 4 augustus 2000 - Departure Lounge Johannesburg International Airport, Zuid Afrika Van alle plaatsen waar ik ben geweest is dit wellicht de domste om mijn electronisch schrijfgerei tevoorschijn te halen. J'burg schijnt niet de veiligste van alle Afrikaanse steden te zijn, echter ik heb een hele berg mail in mijn inbox, nog een heel stuk reisjournaal te schrijven en een hele berg telefoonnummers op te zoeken om met een gehuurde mobiel SMSjes te kunnen sturen. Ik moet hier namelijk 6 uur overbruggen tusen mijn vlucht van Kaapstad en die naar Sydney en kon het even niet laten om alle tech.gadgets om me heen te verzamelen en er even lekker op los te nerden. De meeste van mijn gadgets hebben flink wat tekenen van slijtage van de trip maar alles functioneert nog. Met een minimale omvang en gewicht is het setje van Palm V met opvouwbaar keyboard, modem en zonnepaneeltje als oplader van ongekende waarde geweest. Ik heb al menig aanbieding van reizigers moeten afslaan, sommigen die zich rotsjouwden met kwetsbare laptops en anderen die elke keer vloekend uit webcafe's kwamen zetten met een lege portemonnee en maar de helft van hun mails gelezen. Ik heb elk aanbod afgeslagen. De laatste keer dat ik heb zitten typen brengt me terug naar Namibie, samen met Ossie midden in 'Murder on the TransNamib'. Ik weet niet zeker wie of wat er vermoord is, maar de lucht die uit de plee's recht achter onze stoelen komt is op zichzelf al strafbaar als je het mij vraagt. Gelukkig is het nog maar even tot Windhoek Bahnhof. Het is zes uur 's morgens als we in Windhoek aankomen en we besluiten een taxi te nemen naar de plek vanwaar onze driedaagse safari door Etosha National Park vertrekt. Na een korte onderhandeling tussen twee chauffeurs wordt de prijs beslecht op 4 dollar, iets meer dan een gulden. Als we op onze bestemming aankomen blijkt de vriendelijke man 4 per persoon te willen. Afspraak is afspraak, en uit principe laten we het daar dan ook bij en keren de man onze rug toe. Als onze inmiddels iets minder vriendelijke man een kleine pikhouweel uit zijn achterbak heeft gevist en daarmee op ons af komt stormen besluiten we onze principes maar even te laten varen en met nog 5 dollar in zijn hand scheurt hij er vandoor. Eigenlijk politiewerk, maar we laten het er maar bij. De trip naar Etosha is van dezelfde formule als voorheen, behalve dat we nu in een klein personenbusje zitten en het gezelschap van hele andere orde is. Ik heb wel eens van die brakke Amerikaanse comedyfilms zitten kijken waarbij ze met een personenbusje vol met verschillende karikaturen uit het gekkenhuis naar een honkbalwedstrijd gaan; nou goed, met veel overdrijven leek het daar wel een beetje op.
Die avond spreek ik wat met de gids over de sterrenhemel. Omdat muskieten hier geen probleem zijn op dit moment vraag ik me af of ik niet gewoon buiten kan slapen. Ze geeft aan dat er nog wel eens wat wildlife door het kamp wil lopen maar dat het bagagerek bovenop het busje een prima bedonderstel is. Aldus, die avond lig ik de eerste uurtjes van mijn nachtrust te staren naar de overweldigende deken van sterren, de melkweg, en de voorbij blinkende sattelieten. Rechts naast de bus passeert een jakhals tussen de tenten door om even onze vuurplaats te checken op etensresten. Dit had ik veel eerder moeten doen! De volgende dag reizen we terug naar Windhoek. Bij de lunch bijt ik wederom mijn kuntsmatige tandhoek eraf. Gelukkig heb ik de secondelijm bewaard die ik in Uganda gekocht heb en een minuutje later zit ie weer als nieuw; mijn zus zou trots op me zijn (hoop ik). In Windhoek aangekomen springen we nog geen uur later op de bus naar Kaapstad, een rit van 19 uur. Gelukkig is de bus nauwelijks gevuld en kunnen we twee stoelen p.p. pakken. We worden wakker in de wijnstreken van Zuid-Afrika. Kaapstad bevalt ons wel. Hoewel het winter is en naar zeggen de boel nogal plat ligt kan je goed zien dat het een levendige stad is, van alle westerse comfort voorzien en even cosmopolitan als elke ander wereldstad. Maar wat vele andere steden niet hebben is de prachtige omgeving waarin Kaapstad zich bevindt: De prachtige tafelberg die zeer prominent aanwezig is, echter in ons geval het meerendeel van de tijd in de wolken ligt, de atlantische oceaan met de vele baaien en simpelweg het vele groen wat door de hele stad te vinden is. Daarbij is het alleraardigst om een kleine 10000 kilometer van huis over de Heerengracht en de Singel te lopen. Echter het meest tekenend van onze historische band is toch wel dat als je maar rustig praat, je hier met Nederlands uitstekend uit de voeten kan. Soms is het echter wel even nadenken bij de Afrikaanse versie van sommige woorden, neem nou het woord 'bromponie', een brommende pony?? Tja, hoe moet je een scooter anders noemen. Nadat onze Kaapstad essentials geregeld zijn, een prettige kamer in een B&B in de wijk Gardens en een huurautootje, is het tijd om de stad een beetje te verkennen. Na een paar uur door de stad lopen bestellen we een heineken in een kroeg die net zo goed in Londen of A'dam zou kunnen staan. We voelen ons snel op ons gemak. De volgende dag staat een tripje Hermanus en de wijnstreken op de agenda. Hermanus, een klein dorpje aan de Indische oceaan, staat in dit seizoen bekend om de walvissen die dicht aan de kust hun tijd doorbrengen. Twee andere gasten van de B&B weten ons te vertellen dat bij hun bezoek er geen walvis te bekennen was, maarja, dat was hun bezoek en bovendien alweer een paar weken terug. In Hermanus aangekomen blijkt al snel dat wij het beter treffen. In de verte spotten we een overslaande walvisstaart en kort daarna zien we er nog een paar boven komen voor wat lucht. Ik zou het Nederlands er niet voor weten maar het betreft hier de 'southern right whale'. Waarom deze walvissen zo dicht langs de kust verblijven is mij nog niet duidelijk, maar dat het een privilege is om ze op deze manier te aanschouwen staat vast. We kruipen op een van de rotsen om rustig van de walvissen te genieten die verderop door de baai zwemmen. We staan alweer bijna op het punt om terug te keren als plots, nog geen dertig meter van ons vandaan, twee walvissen een fris luchtje komen scheppen. Rustig zwemmen ze parallel aan de kust voor ons langs en kunnen we hun gigantische lichamen van dichtbij zien. Ik weet haast zeker dat het hier om Bultrugwalvissen gaat (waarvan later bevestigd wordt dat dat goed mogelijk is). Na deze voltreffer nemen we tevreden afscheid van de walvisssen. De wijstreken zijn in deze tijd van het jaar niet echt op hun best. Onze ruitenwissers hebben het maar druk dus houden we het bij een kort bezoek aan een wijngaard. Omdat het er zo veel zijn en Ossie noch ik wat van wijn afweten besluiten op basis van de naam een wijngaard te kiezen. Met een lijst van wijnhuizen rijden we verder. Voor Chris zijn pensioen hebben we hier een rustieke plantage genaamd 'Knorhoek', Jackie zou eens goed moeten uitkijken naar een fruitige 'Doorenbosch' en een pluim gaat zeker uit naar degene die zijn plantage 'Meerlust' genoemd heeft. Echter Ossie en ik zijn het er over eens dat een doosje wijn met het etiket "Rust en Vrede" de kroon spant. Goed, dat de vrouw des huizes een ex-Miss Zuid-Afrika is en dat hun wijnen tot één van de toppers behoren wisten we natuurlijk niet. Die avond eten we in Camissa, een van de cafe-restaurants van Sierk, een clubmaat van Robert die hier woont maar de Afrikaanse winter verruilt heeft voor de Hollandse zomer. Dat het zijn tent is wisten we echter niet maar dat mocht de pret niet drukken, een erg relaxte omgeving en idem mensen. De volgende dag is het minder bewolkt en is er zicht vanaf de tafelberg. We haasten ons richting de kabelbaan echter wegens sterke wind is deze gesloten. Het weer ziet er te slecht uit om de berg te gaan beklimmen, de kans dat het alleen maar zal regenen en het zicht nul is tegen de tijd dat we de top bereiken weerhoudt ons van de klim. Dan maar richting Kaap de Goede Hoop. De legendarische Kaap de Goede Hoop staat natuurlijk sowieso op het lijstje 'must have done that', echter al van kinds af aan spoken de stoere zeemansverhalen en historische VOC vertellingen door mijn hoofd. Een echte 'must have done that' is natuurlijk een keer zelf om de Kaap zeilen, waar de Atlantische oceaan het opneemt tegen de Indische oceaan. Later wellicht. Naast de historische waarde is het met name de scenary die een trip naar de Kaap de moeite waard maakt. Als we 's avonds terug keren beseffen we dat het onze laatste avond in Kaapstad is, en voor mij een afsluiting van een wereldtrip door een enkel continent. Nog maar even uithalen dan. Inmiddels hebben we Sierk gesproken en weten we dat we of in Camissa of in East City Cafe moeten gaan eten, de andere tent van Sierk. In dit meer upmarket Cafe Restaurant genieten we een subliem laatst avondmaal om daarna het pad voort te zetten in de stad. Oscar zet direct de toon door twee Long Island Icetea's te bestellen. Klinkt onschuldig, maar een groot glas met een laagje lime, een scheut wodka, een scheut bacardi, dan ook maar een shot tequila, nog een scheutje gin erbij en om het af te maken nog een flinke scheut van een andere spirit waar ik nu even niet op kan komen. Dit geheel wordt afgeblust met een beetje cola en een blokje ijs. Na twee van deze jongens dacht de eigenaar van de tent ons nog even te verblijden met een kleine schnaps. De blijkbaar ietwat sadistisch aangelegde man laat niet weten wat het is, gewoon achterover slaan is het motto. We zijn al snel minder dankbaar als we de 80% Strorum langs onze keel voelen branden, .. , rare jongens, die Zuid-Afrikanen. Dessalniettemin, het is een zeer vermakelijke avond geworden en we zijn vanochtend zowaar redeljk probleemloos opgestaan. Oscar zijn vlucht was later dan de mijne dus had hij alle tijd om mij op de vlucht te zetten. Ik niet, want één gewoonte ben ik nog niet ontleert en aan de late kant ging ik door de check-in. De vlucht vanuit Kaapstad was voorspoedig en ook de vlucht naar Sydney zal wel gezellig worden want de vier Australische vrienden uit Botswana en Namibie zitten op dezelfde vlucht. Moet nu snel de mobiel beantwoorden, zal Pasje wel zijn. 16 augustus 2000 - Pa's vakantiehuisje in Tuross Head, Australië Het nieuwe avontuur is begonnen en Afrika lijkt alweer lang geleden. Het is een werkelijk fantastische trip geweest en of ik er wijzer van geworden ben mag Pasje beoordelen, dat ik een flinke ervaring rijker ben weet ik wel. Tevens is de reis heel voorspoedig verlopen en ik besef me hoe gelukkig ik daarmee moet zijn. Nog even een woordje aan Pieke, je zal het geloven of niet, maar ik ben dus de hele reis niet aan de race geweest..HA.. tegen alle verwachtingen in. Nu ik het er toch over heb wil ik nog even Ossie bedanken voor zijn gezelschap. Het was even flink doorracen de laatste weken maar na een flinke tijd alleen reizen was het heerlijk om de ervaringen met een vriend te kunnen delen. Voor zij die het willen weten, Afrika is veel makkelijker reizen dan veel mensen in het westen denken en zeker een stuk veiliger. Wat dat betreft waren de mooiste ervaringen vaak het gevolg van een simpele beslissing; als je de keuze hebt tussen iets doen of laten, GEWOON DOEN!! Dat hebben de jongens van Nike in ieder geval goed begrepen.! Iedereen dankjewel voor de leuke reacties. Cheers, Abo --- |
|
|